Onvolkomenheid in adressering is zo gering dat geen misverstand kan bestaan

Belanghebbende woonde van december 2008 tot januari 2012 in een appartement op de vierde en vijfde verdieping van een pand. Hij stond in die periode in de GBA ingeschreven op het adres
A-straat 1A. De gemachtigde (eigenaar/verhuurder van deze appartementen) verklaart dat de in de gezamenlijke brievenbus gedeponeerde post door de bewoners zelf wordt gesorteerd en gedeponeerd in de voor de appartementen aanwezige postvakjes, die veelal zijn voorzien van de naam van een bewoner en de verdieping waarop het appartement van die bewoner zich bevindt. Hierbij zijn geen lettertoevoegingen aangebracht.
Het hof acht aannemelijk dat belanghebbende van de inschrijving in de GBA op de hoogte was. Redelijkerwijs heeft geen enkel misverstand kunnen bestaan voor wie het aanslagbiljet ten name van belanghebbende met als adres A-STRAAT 1A bestemd was. De (mogelijke) omstandigheid dat belanghebbende dit biljet niet heeft ontvangen is een gevolg van de - voor rekening van belanghebbende komende - wijze waarop de post door de bewoners wordt gesorteerd en in de postvakjes wordt gelegd.
Dat de toevoeging van de letter A in een nimmer gepubliceerd besluit is opgenomen en formeel ‘niet bestaat’ doet daar niet aan af (vgl. HR 31 augustus 1998, ECLI:NL:HR:1998:AA2356).
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.