Zaagtandtarief niet in strijd met wet of enig algemeen rechtsbeginsel

Belanghebbende stelt dat het tarief voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in de gemeente Rotterdam tot onredelijke en willekeurige legesheffing leidt. De rechtbank heeft, met verwijzing naar de uitspraak van dit hof van 7 september 2016 (ECLI:NL:GHDHA:2016:2592) geoordeeld dat sprake is van willekeurige en onredelijke heffing. Op het beroep in cassatie tegen de hofuitspraak heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 30 juni 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1174) geoordeeld dat gemeenten vrij zijn om voor leges tariefklassen te hanteren die gerelateerd zijn aan de hoogte van de bouwsom. Zo’n tariefsbepaling is niet in strijd met de wet of met enig algemeen rechtsbeginsel. Zowel in de tarieventabel bij de Legesverordening 2013 als in deze tarieventabel is voorzien in tariefklassen die gerelateerd zijn aan de hoogte van de bouwsom. Op grond van het voornoemde arrest is het hof van oordeel dat dit tariefsysteem niet in strijd is met de wet of enig algemeen rechtsbeginsel. Daarbij komt dat de verschillen tussen de tariefklassen in deze tarieventabel kleiner zijn dan die in de tarieventabel bij de Legesverordening 2013. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de rechtbank de tarieventabel ten onrechte onverbindend heeft verklaard. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.