Eenheidsprijzen onbevoegdelijk vastgesteld door B&W
De heffingsambtenaar van de gemeente Onderbanken heeft bij de berekening van de bouwkosten voor alle andere woninggedeelten dan de carport/overkapping en kelder een eenheidsprijs gehanteerd. Belanghebbende betoogt dat de garage, de berging op de begane grond, de berging op de eerste verdieping en de zolder van de woning geen leefruimten zijn en dat de heffingsambtenaar daarom een te hoge eenheidsprijs heeft gehanteerd.
De rechtbank heeft vastgesteld dat bij de door de heffingsambtenaar ingezonden gedingstukken geen als bijlage bij de tarieventabel behorende “Berekening van bouwkosten” is gevoegd. De heffingsambtenaar heeft meegedeeld dat de bouwkosten waarop de legesaanslag is gebaseerd zijn berekend aan de hand van door B&W vastgestelde eenheidsprijzen. De heffingsambtenaar heeft bij de gedingstukken een besluit van B&W gevoegd tot vaststelling van de eenheidsprijzen voor de berekening van bouwkosten. De rechtbank overweegt dat de “Berekening bouwkosten” onderdeel is van de Legesverordening, zodat niet B&W maar de raad bevoegd is deze eenheidsprijzen vast te stellen. Uit hetgeen de heffingsambtenaar heeft verklaard, leidt de rechtbank af dat de eenheidsprijzen voor bouwkosten die de heffingsambtenaar heeft gehanteerd door B&W en niet door de raad zijn vastgesteld (en gepubliceerd). Deze eenheidsprijzen zijn derhalve onbevoegdelijk vastgesteld, waardoor de legesaanslag op een ondeugdelijke grondslag berust. Het beroep is reeds daarom gegrond en het bestreden besluit dient, nu daarin de legesaanslag is gehandhaafd, te worden vernietigd.
DATUM:
11 mei 2017
ECLI:
ECLI:NL:RBLIM:2017:4370
ZAAKNUMMER:
AWB-15/3754
INSTANTIE:
Rechtbank Limburg
