Bij vernietiging van bestemmingsplan geen legessanctie
De heffingsambtenaar van de gemeente Alphen-Chaam heeft een aanslag leges opgelegd voor de aanvraag voor het bouwen van een varkensstal. In geschil is of de sanctie van art. 3.1 lid 4 Wro van toepassing is. Op 11 april 2012 heeft de Raad van State het bestemmingsplan vernietigd voor het perceel waar de aanvraag op ziet.
De rechtbank stelt voorop dat de gemeenteraad op 11 februari 2010 het bestemmingsplan heeft vastgesteld. Op het moment dat een bestemmingsplan wordt vastgesteld, wordt voldaan aan de actualiseringsverplichting. De wettelijke bepaling in art. 3.1 lid 4 Wro spreekt over het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan dan wel het nemen van een verlengingsbesluit. Naar het oordeel van de rechtbank kan hierin niet worden gelezen dat er sprake moet zijn van een onherroepelijk geworden dan wel een inwerking getreden bestemmingsplan. Als later het bestemmingsplan deels wordt vernietigd, leidt dat naar het oordeel van de rechtbank niet tot het gevolg dat de gemeentelijke wetgever met terugwerkende kracht niet aan zijn actualiseringsverplichting heeft voldaan.
DATUM:
31 maart 2017
ECLI:
ECLI:NL:RBZWB:2017:2181
ZAAKNUMMER:
16/6909
INSTANTIE:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
