Vervangingswaarde perceel grond
In hoger beroep hebben belanghebbenden aangevoerd dat de rechtbank voor de waardevaststelling van hun percelen ten onrechte uitgifteprijzen van een aantal percelen tot uitgangspunt heeft genomen.
Naar het oordeel van het hof zijn feitelijk gerealiseerde gronduitgifteprijzen in een voldoende courante markt indicatief voor te realiseren prijzen voor percelen op een vergelijkbare locatie, met een vergelijkbare bestemming en met vergelijkbare bebouwingsmogelijkheden, en daarmee voor de waarde in het economische verkeer van die percelen. In een courante markt is immers de veronderstelling gewettigd dat (ook) op dergelijke vergelijkbare percelen levensvatbare projectontwikkeling zal kunnen plaatsvinden. Tussen partijen is niet in geschil dat het perceel van belanghebbenden qua locatie, bestemming en bebouwingsmogelijkheden vergelijkbaar is met de uitgegeven percelen. Het hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ter plaatse sprake was van een courante markt. Tegen die achtergrond heeft het op de weg van belanghebbenden gelegen om aannemelijk te maken dat uit objectieve kenmerken van haar perceel beperkingen voortvloei(d)en die aan het ontwikkelen van een bouwplan / het vinden van een huurder in de weg stonden. Dat het perceel niet is bebouwd en dat er geen huurder is gevonden, is daartoe niet voldoende, omdat dat ook het gevolg kan zijn geweest van subjectieve, specifiek belanghebbenden betreffende factoren, zoals bijvoorbeeld het door belanghebbenden gevoerde ondernemingsbeleid en/of de door belanghebbenden ondervonden financieringsbeperkingen.
DATUM:
13 maart 2014
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2014:2009
ZAAKNUMMER:
13/00171 t/m 13/00177
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
