Waardebepaling academiegebouw universiteit
De heffingsambtenaar van de gemeente Utrecht heeft de waarde van het academiegebouw van een universiteit vastgesteld op € 3.684.000 en het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard. De Rechtbank Utrecht heeft het beroep ongegrond verklaard.
Gelet op het unieke karakter van dit object heeft het hof het wenselijk geacht om een deskundige te benoemen, deze heeft een taxatierapport opgemaakt. De heffingsambtenaar en belanghebbende hebben op het taxatierapport gereageerd.
Vaststaat dat in het gebouw asbest is verwerkt. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat er een wettelijke verplichting bestaat om het asbest te verwijderen. Het hof acht aannemelijk dat, zoals belanghebbende stelt, geïnteresseerde kopers bij hun beslissing omtrent de aankoop rekening zullen houden met de aanwezigheid van asbesthoudende materialen, in verband met te verwachten saneringskosten in de toekomst. Het is echter niet juist om, zoals belanghebbende en de taxateur doen, die invloed te stellen op - in beginsel - het nominale bedrag van de min of meer maximale kosten van de meest vergaande sanering indien die sanering op de peildatum zou worden uitgevoerd.
Allereerst was op de peildatum niet bekend of en zo ja wanneer gesaneerd zou gaan worden. Niet onaannemelijk is dat als een sanering eerst in de (verre) toekomst zal plaatsvinden de kosten daarvan - vanwege bijvoorbeeld betere of andere technieken - belangrijk lager zullen zijn. Ten tweede was op de peildatum met betrekking tot de wijze van saneren, die van grote invloed is op de hoogte van de kosten, niets bekend. Onder deze omstandigheden dient het hof de waardedrukkende invloed van de aanwezigheid van asbest in goede justitie te schatten op € 300.000.
Het hof verklaart het hoger beroep gegrond.
DATUM:
25 november 2010
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2010:BO8935
ZAAKNUMMER:
P07/00231
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
