Vrijstelling voor bouwactiviteiten aan monument
Belanghebbende betoogt dat ten onrechte leges zijn geheven, omdat bouwactiviteiten op een gemeentelijk monument volgens belanghebbende in de verordening zijn vrijgesteld. De heffingsambtenaar van de gemeente Westland stelt dat binnen de bouwactiviteiten waarop de aanvraag ziet een splitsing gemaakt moet worden tussen bouwactiviteiten die betrekking hebben op het monumentale deel van de onroerende zaak en bouwactiviteiten die daar geen betrekking op hebben.
De rechtbank stelt vast dat de door de heffingsambtenaar voorgestane splitsing niet volgt uit de verordening. De heffingsambtenaar heeft een historisch overzicht van legesverordeningen en tarieventabellen vanaf 2004 overgelegd waaruit valt af te leiden dat de vrijstelling tot 2012 expliciet gericht was op herstel of instandhouding van beschermde monumenten en dat in de tarieventabel voor 2012 niet langer gesproken wordt van herstel of instandhouding, maar van "bouwactiviteit beschermd monument". Voorts is voor 2013 de paragraaf "bouwactiviteit beschermd monument" uit de tarieventabel geschrapt en in 2014 weer opgenomen. In het raadsvoorstel hierbij is opgenomen dat, wanneer een aanvrager een activiteit voor een monument wil aanvragen, hiervoor een monumenten- en bouwactiviteit nodig is. Bij een monument kunnen de leges voor de bouwactiviteit oplopen, omdat de bouwkosten voor monumenten hoger zijn dan voor niet-monumenten. Om de instandhouding van monumenten te stimuleren wordt voorgesteld alleen de leges voor de monumentenactiviteit in rekening te brengen en niet die voor de bouwactiviteit. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het raadsvoorstel dat er onderscheid gemaakt wordt tussen monumenten- en bouwactiviteiten, waarbij voor de eerste categorie wel en voor de tweede categorie geen leges in rekening worden gebracht. Uit dit voorstel blijkt niet dat het de bedoeling is geweest om de vrijstelling te beperken tot bouwactiviteiten die zien op de monumentale delen. De omstandigheid dat de vrijstelling in eerdere jaren beperkt was tot herstel of instandhouding van beschermde monumenten, doet hier niet aan af. De rechtbank is van oordeel dat voor de bouwactiviteiten geen leges in rekening hadden mogen worden gebracht.
DATUM:
31 augustus 2016
ECLI:
ECLI:NL:RBDHA:2016:10556
ZAAKNUMMER:
15/7370
INSTANTIE:
Rechtbank Den Haag
