Fiscale rechter onbevoegd bij heffing recht wegens aanvraag geboorteakte
De heffingsambtenaar van de gemeente Roermond heeft € 11,80 in rekening gebracht voor de aanvraag van een afschrift van een geboorteakte. Grondslag voor het in rekening gebrachte bedrag is het legesbesluit akten burgerlijke stand dat is gebaseerd op de Wet rechten burgerlijke stand. Belanghebbende is van mening dat de dienst niet een rechtstreeks en in overheersende mate individualiseerbaar belang dient en dat de in rekening gebrachte kosten hoger zijn dan de kostprijs.
Het hof oordeelt dat het recht als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand niet een ingevolge de belastingwet genomen besluit is, omdat de Wet noch het Legesbesluit als belastingwet is aan te merken in de zin van artikel 1 van de AWR. Bij of krachtens de Wet rechten burgerlijke stand is evenmin hoofdstuk V van de AWR van toepassing verklaard. Het recht als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand is ook niet aangeduid als een gemeentelijke belasting, zodat artikel 231 van de Gemeentewet niet van toepassing is. Het besluit van de heffingsambtenaar waarbij € 11,80 in rekening is gebracht, is niet een voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in artikel 26 van de AWR. De rechtbank heeft op het beroep kennelijk als algemene bestuursrechter uitspraak gedaan. Derhalve kan tegen de beslissing van de rechtbank geen hoger beroep bij de belastingkamer van het hof worden ingesteld. Het hof verklaart zich onbevoegd en draagt de griffier op het hoger beroepschrift door te zenden aan de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
DATUM:
27 mei 2016
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2016:2100
ZAAKNUMMER:
15/00138
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
