Geen vooringenomenheid bij bezwaarafhandeling
Belanghebbende heeft aangevoerd dat de ambtenaar die inhoudelijk heeft beslist op het bezwaar dezelfde is die in de eerste fase de bouwkosten heeft berekend. Zij is van mening dat daarom sprake is van onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank overweegt dat het kenmerk van bezwaar is dat dit wordt ingesteld bij het bestuursorgaan dat het primaire besluit heeft genomen. Voor de vraag in hoeverre dezelfde persoon kan beslissen, gelden enkele beperkingen. Op grond van artikel 10:3 van de Awb wordt geen mandaat verleend tot het beslissen op een bezwaarschrift aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen. De uitspraak op bezwaar is ondertekend door de heffingsambtenaar van de gemeente Heumen zelf. Daarmee doet zich de situatie van artikel 10:3 van de Awb niet voor. Formeel voldoet de uitspraak op bezwaar dan ook aan de wettelijke vereisten. Belanghebbende voert aan dat sprake is van onbehoorlijk bestuur, nu de ambtenaar haar telefonisch heeft meegedeeld dat bezwaar maken geen zin had, omdat de berekening juist was. Hieruit spreekt vooringenomenheid, aldus belanghebbende, waardoor er geen werkelijke herbeoordeling heeft plaatsgevonden in bezwaar. De heffingsambtenaar heeft ter zitting toegelicht dat de ambtenaar bij de vaststelling van de legesnota slechts zijdelings betrokken is geweest, omdat hij de door de betreffende afdeling gemaakte berekening heeft gecontroleerd. De heffingsambtenaar heeft de uitspraak op bezwaar inhoudelijk gecontroleerd en ondertekend.
Naar het oordeel van de rechtbank is niet aannemelijk geworden dat de heffingsambtenaar het bezwaar onzorgvuldig heeft behandeld. De precieze strekking van de mededeling van de ambtenaar aan belanghebbende is niet helder geworden, maar gelet op de toelichting over de wijze waarop het bezwaar inhoudelijk is behandeld en de controle van de heffingsambtenaar daarop, is het niet aannemelijk dat sprake is geweest van vooringenomenheid. Het beroep op onbehoorlijk bestuur wordt daarom gepasseerd.
DATUM:
12 november 2015
ECLI:
ECLI:NL:RBGEL:2015:6917
ZAAKNUMMER:
AWB-15/232
INSTANTIE:
Rechtbank Gelderland
