Bouwwerk kan niet worden geacht te zijn opgenomen in de ROEB-lijst

Belanghebbende stelt dat het distributiecentrum niet voldoet aan één type bouwwerk dat is opgenomen in de door de heffingsambtenaar van de gemeente Oss gehanteerde ROEB-lijst. Dit blijkt uit het grote verschil tussen de werkelijke bouwkosten (€ 7.288.588) en de aan de hand van de ROEB-lijst berekende bouwkosten (€ 12.368.825).
De rechtbank stelt voorop dat legesheffing naar vaste rechtspraak (HR 6 oktober 1982, ECLI:NL:HR:1982:AW9449 en 9 oktober 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC4731) een objectief karakter draagt. Het bepalen van de bouwkosten aan de hand van de ROEB-lijst, waarmee is beoogd zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de prijs in het economische verkeer, voldoet naar het oordeel van de rechtbank in beginsel aan de objectieve vereisten voor de berekening van het bedrag aan leges. Vast staat dat de (bij de aanvraag) geraamde bouwkosten € 7.265.000 en de werkelijke bouwkosten € 7.288.588 bedragen. Tussen partijen is niet in geschil dat deze prijs marktconform is. De rechtbank stelt vast dat de prijs in het economische verkeer met (afgerond) 70% wordt overschreden. Naar het oordeel van de rechtbank kan het bouwwerk om die reden redelijkerwijs niet worden geacht te zijn opgenomen in de ROEB-lijst. Dat de door belanghebbende geraamde bouwkosten zijn berekend op basis van 1.500 m² minder oppervlakte dan bij de aanvraag is opgegeven, zoals de heffingsambtenaar heeft gesteld, kan dit verschil niet verklaren. Het beroep is gegrond. Ter finale afdoening van het geschil zal de rechtbank de leges bepalen aan de hand van de aannemingssom van € 7.288.588.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.