Belastbare feit heeft zich voorgedaan voor 1 juli 2013
Belanghebbende heeft met dagtekening 21 maart 2013 een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een varkensstal ingediend. De aanslag leges is met dagtekening 21 november 2013 opgelegd. In geschil is of de aanslag terecht is opgelegd, nu de gemeenteraad heeft verzuimd om voor 1 juli 2013 een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.
De rechtbank overweegt dat het bepaalde in artikel 3.1, vierde lid, van de Wro ziet op de invordering van leges en niet op de heffing. Dat houdt in dat bij het intreden van de “legessanctie” de heffing van leges, in dit geval door het toezenden van een nota, nog steeds kan plaatsvinden maar de invordering niet. Ten overvloede overweegt de rechtbank het volgende. Het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, is het moment van ‘het in behandeling nemen van de aanvraag’, en niet, zoals belanghebbende stelt, de periode waarin administratieve handelingen die gedurende de hele vergunningsprocedure verricht moeten worden. Nu tussen partijen niet in geschil is dat de aanvraag op 28 maart 2013 in behandeling is genomen, doet het belastbare feit zich voor vóór 1 juli 2013. Dat houdt naar het oordeel van de rechtbank tevens in dat de diensten geacht moeten worden verstrekt te zijn vóór 1 juli 2013. De bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag leges vervalt volgens artikel 11, derde lid, van de AWR eerst door verloop van 3 jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Nu de aanslag is opgelegd 10 maanden na het ontstaan van de belastingschuld, is deze tijdig opgelegd.
DATUM:
30 oktober 2014
ECLI:
ECLI:NL:RBZWB:2014:7470
ZAAKNUMMER:
AWB 14/3093
INSTANTIE:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
