Bezwaar en beroep tegen aanslag betreft ook de heffingsrente
Aan belanghebbende is een aanslag IB/PVV opgelegd. Tevens is heffingsrente in rekening gebracht bij een beschikking die op het aanslagbiljet is vermeld. De Inspecteur van de Belastingdienst heeft bij uitspraak het door belanghebbende gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De Rechtbank te Leeuwarden (nr. AWB 06/1248) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de inspecteur vernietigd voor zover deze betrekking heeft op de beschikking inzake heffingsrente en de bij de beschikking in rekening gebrachte heffingsrente verminderd tot nihil. De inspecteur heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld bij Gerechtshof Leeuwarden. Het hof heeft de uitspraak van de rechtbank vernietigd met uitzondering van de beslissing omtrent het griffier-echt, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag en de beschikking inzake heffingsrente gehandhaafd.
Het hof heeft geoordeeld dat het wettelijk stelsel met betrekking tot het maken van bezwaar tegen een beschikking inzake heffingsrente geen aanknopingspunt biedt voor de opvatting dat een zodanig bezwaar zonder meer geacht moet worden besloten te liggen in het bezwaar tegen de aanslag. Dit oordeel stemt overeen met het arrest van de Hoge Raad van 16 oktober 1996, nr. 31622, LJN AA1714, BNB 1996/398 (hierna: het arrest uit 1996). In het licht van de voortgeschreden ontwikkeling van de rechtsbescherming ziet de Hoge Raad aanleiding de in het arrest uit 1996 genomen beslissing te heroverwegen. In latere rechtspraak is geoordeeld dat het bezwaar tegen een belastingaanslag als regel tevens moet worden opgevat als bezwaar tegen de beschikking tot vaststelling van het verlies over het jaar waarop die aanslag betrekking heeft. Het past in de lijn van deze rechtspraak om op vergelijkbare wijze rechtsbescherming aan de belastingplichtige te bieden in de situatie waarin het gaat om een belastingaanslag en een daarmee samenhangende beschikking inzake heffingsrente die op hetzelfde aanslagbiljet wordt vermeld. De wenselijkheid daarvan is overigens onderkend door de regering, die met het oog daarop een wetswijziging heeft voorgesteld (Kamerstukken II 2009-2010, 32 130, nr. 3, blz. 29). In afwijking van het arrest uit 1996 is de Hoge Raad, gelet op het voorgaande, thans van oordeel dat het bezwaar tegen een belastingaanslag tevens moet worden opgevat als bezwaar tegen een op hetzelfde aanslagbiljet vermelde beschikking inzake heffingsrente die met deze aanslag samenhangt. Dit is slechts anders voor zover de belanghebbende de bevoegdheid (ook) de heffingsrente in het bezwaar te betrekken ondubbelzinnig heeft prijs gegeven. Hetzelfde dient te gelden voor het beroep tegen de uitspraak op een dergelijk bezwaar, en voor het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank op een dergelijk beroep. Derhalve kan een belanghebbende in deze gevallen in (hoger) beroep opkomen tegen de berekening van heffingsrente, ook als zijn klachten in eerste instantie slechts gericht waren tegen de aanslag, een en ander binnen de grenzen van een goede procesorde. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond, vernietigt de uitspraak van het hof en verwijst het geding.
DATUM:
27 november 2009
ECLI:
ECLI:NL:HR:2009:BJ7907
ZAAKNUMMER:
07/13621
INSTANTIE:
Hoge Raad
