Heffing in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en de regels van fair play
Belanghebbende heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een hobbyruimte aan zijn woning. De heffingsambtenaar van de gemeente Aalsmeer heeft hiervoor leges in rekening gebracht. Belanghebbende doet een beroep op artikel 3.1, vierde lid, van de Wro. Niet in geschil is dat de gemeenteraad niet voor het verstrijken van de termijn van 10 jaar opnieuw een bestemmingsplan heeft vastgesteld, dan wel een verlengingsbesluit heeft genomen. De heffingsambtenaar stelt dat het hem weliswaar niet is toegestaan de leges in te vorderen, maar dat dat niet met zich brengt dat hij ook niet bevoegd is leges te heffen. Voor zover het beroep gericht is tegen de invordering heeft de heffingsambtenaar betoogd dat de belastingrechter niet bevoegd is.
De rechtbank overweegt dat de leges zijn geheven bij wege van kennisgeving. Vervolgens heeft de heffingsambtenaar het bedrag van de leges door toezending of uitreiking van die kennisgeving aan belanghebbende bekendgemaakt. Dit laatste is naar het oordeel van de rechtbank wel aan te merken als de invordering van leges, omdat daarmee de vastgestelde belasting bekendgemaakt wordt. Verder dient de heffingsambtenaar te worden toegegeven dat de invordering niet ter toetsing aan de belastingrechter kan worden voorgelegd.
De legesheffing kan volgens de rechtbank toch niet in stand blijven. De heffingsbeslissing is immers kennelijk uitsluitend genomen met het doel deze belasting ook in te vorderen. Wanneer het zonneklaar is dat het doel van een beslissing van een bestuursorgaan in strijd is met de wet, staat het rechtszekerheidsbeginsel aan het onverkort handhaven van die beslissing in de weg. Ook de voor het verkeer tussen burgers en bestuursorganen op grond van jurisprudentie geldende regels van fair play zijn door de heffingsambtenaar onvoldoende in acht genomen. Indien de heffingsambtenaar de heffing van een niet-invorderbare heffing bekend wil maken en zodoende overgaat tot invordering, behoren de niet-invorderbaarheid en de reden daarvan daarbij in ieder geval expliciet te worden aangegeven. Aangezien de heffingsambtenaar dit niet heeft gedaan en zelfs is overgegaan tot aanmaning, ziet de rechtbank aanleiding de kennisgeving te vernietigen.
DATUM:
27 augustus 2014
ECLI:
ECLI:NL:RBAMS:2014:5391
ZAAKNUMMER:
AWB-14/9
INSTANTIE:
Rechtbank Amsterdam
