Verzoek afwijken bestemmingsplan dienst waarvoor leges kunnen worden geheven
De heffingsambtenaar van de gemeente Oss heeft aan bewoners van chalets op een recreatiepark aanslagen leges opgelegd voor aangevraagde persoonlijke gedoogbeschikkingen voor het in strijd met het bestemmingsplan permanent bewonen van hun recreatieverblijven. De heffingsambtenaar heeft de bezwaren in één geschrift ongegrond verklaard.
De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar de uitspraken op bezwaar niet in één geschrift had mogen doen. De bezwaren van belanghebbenden hadden immers betrekking op afzonderlijk opgelegde legesnota’s. Dat de gemachtigde van belanghebbenden, in strijd met artikel 24a, eerste lid, van de AWR, met één bezwaarschrift namens meerdere belanghebbenden bezwaar heeft gemaakt, doet daaraan niet af. De rechtbank is echter van oordeel dat belanghebbenden niet in hun belangen zijn geschaad. Daarom zal de rechtbank het gebrek, met toepassing van artikel 6:22 van de Awb, passeren. Volgens vaste jurisprudentie (o.a. HR 13 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AI0408) kunnen door of vanwege het gemeentebestuur verrichte werkzaamheden als een dienst worden aangemerkt, indien het gaat om werkzaamheden die liggen buiten het gebied van de publieke taakuitoefening en die rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Zoals de Hoge Raad in zijn arrest van 17 april 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BI1253) heeft overwogen behoort de handhaving van de regels van een bestemmingsplan tot die publieke taakuitoefening, omdat daarmee het algemene belang van een goede ruimtelijke ordening in de gemeente is gediend. Dit betekent volgens de Hoge Raad dat het verzoek van een particulier om van een bestemmingsplan af te wijken in het algemeen niet op het publieke belang zal zijn gericht, maar zal zijn gestoeld op een persoonlijke wens van de verzoeker. De rechtbank is van oordeel dat dit ook geldt voor dit verzoek.
DATUM:
03 maart 2014
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2014:944
ZAAKNUMMER:
AWB-13/3199
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
