Legessanctie art. 3.1 lid 4 Wro niet van toepassing

Belanghebbende is van mening dat zij geen leges is verschuldigd, omdat zij haar aanvraag om een omgevingsvergunning heeft gedaan op een moment dat de gemeenteraad het oude bestemmingsplan uit 1993 nog niet had geactualiseerd. Uit art. 3.1 lid 4 Wro volgt dat als de gemeenteraad niet binnen een tijdvak van tien jaar, gerekend vanaf de datum van vaststelling van het bestemmingsplan, een bestemmingsplan actualiseert de mogelijkheid tot invorderen van leges vervalt. Artikel 9.1.4 lid 4 van de Invoeringswet (wro), in werking getreden op 1 juli 2008, voorziet echter in een overgangstermijn. Op grond van dit artikel wordt voor een gebied waarvoor een bestemmingsplan geldt dat ten minste vijf jaar voor inwerkingtreding van de Wro (1 juli 2008) onherroepelijk is geworden binnen vijf jaar (dus vóór 1 juli 2013) een bestemmingsplan vastgesteld overeenkomstig art 3.1 lid 1 Wro. Het oude bestemmingsplan is op 24 juni 1996 onherroepelijk geworden. Omdat op het moment waarop belanghebbende de aanvraag heeft ingediend (21 september 2012) de datum van 1 juli 2013 nog niet was gepasseerd is de legessanctie uit art. 3.1 lid 4 Wro niet van toepassing. Daar komt nog bij dat onweersproken is gesteld dat de raad op 18 juni 2012, en dus vóór 1 juli 2013, een nieuw bestemmingsplan heeft vastgesteld, zodat ook om die reden de legessanctie niet op de situatie van belanghebbende toepasbaar is. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.