Verschillende behandeling van monumentenwoningen gerechtvaardigd
Belanghebbende is eigenaar van een woning die kwalificeert als een gemeentelijk monument. Wegens het in behandeling nemen van een aanvraag voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een overkapping aan de achterzijde van de woning zijn leges in rekening gebracht. De heffingsambtenaar van de gemeente Oisterwijk heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard. Tussen partijen staat vast dat voor het plaatsen van een terrasoverkapping bij niet-monumenten geen omgevingsvergunning is vereist en daardoor geen leges zijn verschuldigd en dat bij monumenten wel een omgevingsvergunning is vereist met als gevolg dat wel leges zijn verschuldigd. Belanghebbende heeft gesteld dat hij dit in strijd met het gelijkheidsbeginsel acht.
Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van gelijke gevallen. Immers monumentenwoningen verschillen, vanwege hun specifieke karakter, feitelijk wezenlijk van niet monumentenwoningen. In het algemeen en cultuurhistorisch belang is het redelijk dat andere, zwaardere, eisen gesteld worden aan verbouwingen dan monumentenwoningen dan aan niet monumentenwoningen. Daarnaast verschilt de situatie van belanghebbende ook juridisch van die van een eigenaar van een niet-monumentenwoning. Immers, belanghebbende heeft daadwerkelijk een omgevingsvergunning aangevraagd die vervolgens in behandeling is genomen door de heffingsambtenaar, terwijl de eigenaar van een niet-monumentenwoning een dergelijk aanvraag niet hoeft in te dienen. Gelet op het oordeel dat geen sprake is van gelijke gevallen is een verschillende behandeling gerechtvaardigd en is van schending van het gelijkheidsbeginsel geen sprake. Voorts heeft belanghebbende gesteld dat vanwege de vergunningsplicht sprake is van een beperking van het eigendomsrecht door de overheid, die gecompenseerd zou moeten worden. Van compensatie is volgens belanghebbende geen sprake, zeker niet nu hij extra lasten heeft in de vorm van de heffing van leges. Naar het oordeel van de rechtbank kan een eventuele beperking van het eigendomsrecht (als gevolg van de vergunningsplicht) niet gecompenseerd worden door het achterwege laten van de heffing van leges, temeer niet nu die beperking gerechtvaardigd is vanwege het algemeen en cultuurhistorisch belang.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
DATUM:
13 juni 2013
ECLI:
ECLI:NL:RBZWB:2013:4747
ZAAKNUMMER:
AWB 12/7078
INSTANTIE:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
