Toezegging is onverwijld en onmiskenbaar duidelijk herroepen

De heffingsambtenaar van de gemeente Zaanstad heeft voor een gefaseerde bouwaanvraag voor het bouwen van een bedrijfspand met twee bovenwoningen leges eerste en tweede fase geheven. De bezwaren hiertegen zijn ongegrond verklaard. De Rechtbank Haarlem heeft het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende stelt dat ten onrechte het tarief dat geldt voor de hoofdfunctie per bouwlaag in de categorie ‘Maatschappelijk/economisch’ is toegepast. In plaats daarvan zou, aldus belanghebbende het lagere tarief voor de hoofdfunctie ‘Industrie’ moeten worden toegepast.
Het hof overweegt dat vaststaat dat de aanvragen zijn gedaan voor kantoorruimte en opslagruimte. Belanghebbende heeft bij de rechtbank verklaard dat de functie die op de begane grond wordt uitgeoefend nog niet bepaald is. De heffingsambtenaar heeft gesteld dat voor de plek waarvoor de vergunningen zijn gevraagd, op basis van het bestemmingsplan alleen bedrijven mogen worden gevestigd die binnen een straal van 10 meter geen hinder geven. Een vergunning met daarin een functie ‘Industrie’ kan volgens de heffingsambtenaar daarom niet worden verleend en het hof acht dit aannemelijk. Hieruit volgt dat ten tijde van de aanvraag op geen enkele wijze is onderbouwd dat, in afwijking van hetgeen in de aanvraag is vermeld, de hoofdfunctie van de begane grond aangemerkt kan worden als ‘Industrie’. Het hof is daarom van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht leges heeft geheven op basis van het tarief voor de functies ‘Maatschappelijk/economisch’. Voor zover belanghebbende een beroep bedoelt te doen op het vertrouwensbeginsel, omdat hem door een medewerkster van bouw- en woningtoezicht telefonisch is meegedeeld dat de aanslag naar een onjuiste grondslag is opgelegd, overweegt het hof dat een belastingplichtige aan een als toezegging op te vatten uitlating in het algemeen het vertrouwen mag ontlenen dat de fiscus zich daaraan zal houden. Op door zodanige uitlating gewekt vertrouwen kan echter geen beroep worden gedaan indien de uitlating, omdat zij naar de mening van de fiscus op een vergissing berustte, onverwijld en onmiskenbaar duidelijk is herroepen, hetgeen echter uitzondering kan lijden indien de belastingplichtige intussen op grond van het (kortstondige) gewekte vertrouwen iets heeft gedaan of nagelaten dat niet meer zonder nadeel kan worden hersteld (HR 14 juni 2000, nr. 34 218, BNB 2000/331, HR 17 november 1995, nr. 15 765, NJ 1997, 185). Tussen partijen is niet in geschil dat de medewerkster van bouw- en woningtoezicht van de gemeente Zaanstad telefonisch aan belanghebbende heeft meegedeeld dat de aanslag naar een onjuiste grondslag is opgelegd en dat zij belanghebbende nog diezelfde middag heeft teruggebeld om te zeggen dat zij zich had vergist. Nu de uitlating onverwijld en onmiskenbaar is herroepen en gesteld noch gebleken is dat belanghebbende op grond van het hierdoor bij hem (kortstondig) gewekte vertrouwen iets heeft gedaan of nagelaten dat niet meer zonder nadeel kan worden hersteld, wordt het beroep op het vertrouwensbeginsel niet gehonoreerd.
Het hof verklaart de hoger beroepen ongegrond.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.