Schending gelijkheidsbeginsel

De heffingsambtenaar van de gemeente Berkelland heeft een aanslag leges opgelegd voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een persoonsgebonden ontheffing voor het mogen bewonen van een recreatiewoning. Het bezwaar hiertegen is afgewezen. De Rechtbank Zutphen heeft het beroep ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar voerde het beleid geen leges te heffen indien de aanvrager in het bezit was van een op die permanente bewoning betrekking hebbende gedoogbeschikking. De heffingsambtenaar heeft verklaard dat de bewoners van het park die in het bezit zijn van een gedoogbeschikking in principe geen persoonsgebonden vrijstelling hoeven aan te vragen. De gemeente Berkelland heeft, om de eenduidigheid binnen de gemeente te bevorderen, deze bewoners verzocht de gedoogbeschikking kosteloos om te zetten in een persoonsgebonden vrijstelling. Volgens de heffingsambtenaar gaat het hierbij niet om een aanvraag als bedoeld in de bij de legesverordening behorende tarieventabel. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van gelijke gevallen, omdat de bewoners aan wie geen leges in rekening zijn gebracht, in tegenstelling tot hen aan wie wel leges is berekend, beschikten over een gedoogvergunning.
Met belanghebbende is het hof van oordeel dat de heffingsambtenaar handelt in strijd met het gelijkheidsbeginsel door ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag als hier aan de orde geen leges te heffen van houders van een gedoogbeschikking en wel van anderen. Voor beide groepen aanvragers dient het gemeentebestuur immers dezelfde dienst te verrichten en de hoeveelheid arbeid die daarmee is gemoeid verschilt niet. Ook komen aanvragers uit beide groepen door de verlening van de vergunning in een gunstiger positie te verkeren. Belanghebbende heeft onweersproken gesteld dat de gedoogbeschikking kan worden ingetrokken en de ontheffing van het bestemmingsplan niet, althans slechts onder striktere voorwaarden. Dat het gemeentebestuur de houders van een gedoogbrief heeft verzocht een aanvraag te doen, doet daaraan niet af. Nu de heffingsambtenaar het beleid voert geen leges te heffen van aanvragers die in een gelijke situatie verkeren als belanghebbende, handelt hij in strijd met het gelijkheidsbeginsel door van belanghebbende wel leges te heffen. Het hof verklaart het hoger beroep gegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.