Gemeente niet gebonden aan door haar gehanteerde overzichtslijst bouwkosten
De heffingsambtenaar van de gemeente Nijmegen heeft voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning voor een kinderdagverblijf leges geheven. Bij uitspraak op bezwaar zijn de leges gehandhaafd. De Rechtbank Arnhem heeft het beroep gegrond verklaard en de leges verminderd.
Naar het oordeel van het hof dient de aanvraag als een aanvraag voor een reguliere bouwvergunning fase 1 te worden aangemerkt. Ofschoon belanghebbende spreekt over de aanvraag van een bouwvergunning, had het de gemeente uit de checklist en de meegestuurde gegevens bij de aanvraag in redelijkheid duidelijk moeten zijn dat belanghebbende een aanvraag voor een reguliere bouwvergunning fase 1 heeft gedaan.
De heffingsambtenaar heeft verklaard dat hij bij alle aanvragen voor de berekening van de bouwkosten stelselmatig een overzichtslijst met kengetallen hanteert. Alleen voor aanvragen waarbij de bouwkosten naar verwachting € 500.000 of meer zullen bedragen, wordt een specifieke calculatie opgemaakt. Belanghebbende betoogt dat de bouwkosten moeten worden berekend op basis van de overzichtslijst.
Naar het oordeel van het hof kan belanghebbende zich niet beroepen op de door de heffingsambtenaar gehanteerde overzichtslijst. De heffingsambtenaar is immers niet op grond van enig beginsel van behoorlijk bestuur gebonden aan de door hem gevolgde gedragslijn om voor de berekening van de bouwkosten de overzichtslijst te hanteren. Zo is van gebondenheid op grond van het vertrouwensbeginsel geen sprake, nu de gevolgde gedragslijn niet op een behoorlijke wijze is bekendgemaakt (vgl. HR 28 maart 1990, nr. 25 668, LJN ZC4258, BNB 1990/194). Ook op grond van het gelijkheidsbeginsel is de heffingsambtenaar niet gebonden aan de door hem gevolgde gedragslijn. De gedragslijn is uitsluitend erop gericht om uitvoering te geven aan de regel dat voor de legesheffing de bouwkosten moeten worden bepaald. Van enige begunstiging in afwijking van de regelgeving is derhalve geen sprake. Naar het oordeel van het hof is de heffingsambtenaar met de overgelegde kengetallen en de Taxatiewijzer Onderwijs van het WOZ datacenter, erin geslaagd de bouwkosten aannemelijk te maken.
Het hof verklaart zowel het hoger beroep van belanghebbende als het incidentele hoger beroep van de heffingsambtenaar gegrond.
DATUM:
08 mei 2012
ECLI:
ECLI:NL:GHARN:2012:BW6277
ZAAKNUMMER:
11/00279
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem
