Heffingsgrondslag omvat alleen vergunningplichtige werkzaamheden
De heffingsambtenaar van de gemeente IJsselstein heeft bouw- en welstandsleges in rekening gebracht en het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard.
De rechtbank Utrecht heeft het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende betoogt dat de bouwkosten moeten worden gesteld op de kosten die zien op de vergunningplichtige bouwwerkzaamheden. De heffingsambtenaar stelt dat het hem vrijstaat om het volledige renovatieproject bij de aanvraag van de bouwvergunning te beoordelen en hierin eveneens de niet-vergunningplichtige bouwwerkzaamheden te betrekken.
Het hof overweegt dat, ingevolge artikel 43, eerste lid, onderdeel b, van de Woningwet, voor werkzaamheden ter zake van gewoon onderhoud geen bouwvergunning is vereist. De heffingsambtenaar heeft gesteld dat belanghebbende had moeten begrijpen dat alleen de bouwkosten van de vergunningplichtige werkzaamheden dienden te worden ingevuld. Nu belanghebbende € 250.000 heeft ingevuld, ziet het volledige bedrag van de geraamde bouwkosten uitsluitend op vergunningplichtige werkzaamheden.
Belanghebbende heeft hiertegen gesteld dat een monumentenvergunning was vereist voor het volledige renovatieproject, inclusief de niet-bouwvergunningplichtige werkzaamheden. De kosten van de bouwvergunningplichtige werkzaamheden dienen volgens belanghebbende niet hoger dan € 39.369 te worden geraamd.
Het hof heeft de heffingsambtenaar uitdrukkelijk verzocht om een overzicht van de te verrichten vergunningplichtige bouwwerkzaamheden en de daarmee gemoeide kosten. De heffingsambtenaar heeft slechts in algemene termen gesteld dat in slechts zeer beperkte mate sprake is van kosten welke zien op onderhoud. Deze kosten blijven ruim binnen het verschil tussen de begroting (€ 495.380) en de heffingsgrondslag van de leges (€ 250.000). Met deze algemene stelling is niet aannemelijk gemaakt dat een hoger bedrag dan € 39.369 is toe te rekenen aan vergunningplichtige werkzaamheden.
Het hof verklaart het hoger beroep gegrond en vermindert de aanslag.
DATUM:
02 mei 2012
ECLI:
ECLI:NL:GHARN:2012:BW6275
ZAAKNUMMER:
11/00295
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem
