Geen begroting en activiteitenplan ingediend

In geschil is of de BIZ-bijdrage strekt ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan activiteiten die zijn gericht op het publiek belang in de openbare ruimte van de BIZ.
De rechtbank stelt voorop dat de Wet ervan uitgaat dat tussen de gemeente en de stichting een uitvoeringsovereenkomst wordt gesloten waarin dwingend is vastgesteld welke activiteiten moeten worden verricht waarvoor de uit de BIZ-bijdrage gevormde subsidie moet worden aangewend. Daarbij dient de gemeente te beoordelen of de voorgenomen activiteiten van de stichting voldoen aan de omschrijving in art. 1 lid 2 van de Wet. In de Uitvoeringsovereenkomst is bepaald dat de stichting de subsidie dient aan te wenden voor de activiteiten zoals genoemd in het BIZ-plan en dat de stichting in dit BIZ-plan aangeeft welke activiteiten zij in de openbare ruimte en het internet voornemens is uit te voeren, die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid of veiligheid in, of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van het centrumgebied.
De rechtbank stelt vast dat in het BIZ-plan vijf thema’s worden aangegeven en dat er wordt gesproken over ‘beoogde’ activiteiten. In dit BIZ-plan worden echter geen concrete activiteiten genoemd, zodat niet voldaan wordt aan het bepaalde in de Wet en de Uitvoeringsovereenkomst.
Daarnaast is in art. 8 lid 1, aanhef en onder a, van de Wet bepaald dat de aangewezen stichting er voor zorgt dat jaarlijks door het bestuur van de stichting een begroting wordt vastgesteld voor de uitvoering van de activiteiten in het daaropvolgende jaar. In het BIZ-plan staat dat voor 1 januari 2016 een uitgewerkte begroting wordt opgesteld. Van een dergelijke uitgewerkte begroting is de rechtbank niet gebleken. De heffingsambtenaar wijst op de in het BIZ-plan opgenomen meerjarenbegroting. In deze meerjarenbegroting is echter volstaan met geraamde bedragen per thema en worden per jaar geen uitgaven per activiteit geraamd. De vertegenwoordiger van de gemeente Bunschoten heeft ook gesteld dat er voor het jaar 2016 geen begroting is opgemaakt en dat hieraan geen prioriteit is gegeven.
Nu geen begroting en activiteitenplan is ingediend, kan niet worden beoordeeld of de kosten ter bestrijding waarvan de BIZ-bijdragen wordt geheven kosten zijn als bedoeld in art. 1 lid 2, van de Wet.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.