Vooraf gecalculeerde kosten kunnen enigszins afwijken van de daadwerkelijk gemaakte kosten
De rechtbank heeft geoordeeld dat bijna twee derde van de via de BIZ-bijdrage te financieren kosten in overheersende mate direct gericht zijn op de commerciële belangen van de ondernemers. Daarmee wordt de opbrengst gebruikt voor de bestrijding van andere kosten dan genoemd in art. 1 lid 2 van de Experimentenwet.
Het hof oordeelt dat de rechtbank in haar uitspraak, die is gedaan kort voor HR 11 december 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3425), het begrip ‘mede publiek belang’ (veel) te eng heeft uitgelegd.
Het hof oordeelt dat de aanwezigheid van een mede publiek belang onmiskenbaar aanwezig is voor de in het Businessplan beschreven activiteiten. Het hof beschouwt de uitgaven ‘administratie’ als algemene kosten die dienstbaar zijn aan de overige activiteiten en die noodzakelijk zijn om die overige activiteiten uit te voeren. Belanghebbende heeft betoogd dat een aantal activiteiten onder het taakveld ‘veilig, schoon en heel’, waaronder ‘graffiti’, ‘defibrillatoren’ en ‘thema-avonden veiligheid’ wel zijn begroot, maar dat daaraan in het betreffende jaar niets is uitgegeven. Het hof merkt op dat een begroting een inschatting vooraf is van te maken kosten in een volgend jaar. Het is altijd mogelijk dat de vooraf gecalculeerde kosten enigszins afwijken van de daadwerkelijk gemaakte kosten. Met het oog daarop is voor de rechter op dit punt slechts een marginale toets weggelegd. Naar het oordeel van het hof heeft de ondernemingsvereniging in redelijkheid kunnen komen tot de begroting.
DATUM:
13 april 2017
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2017:1630
ZAAKNUMMER:
16/00006
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
