Aanslag ten onrechte aan eigenaar opgelegd
Belanghebbende is eigenaar van een pand en is op 20 november 2013 een huurovereenkomst aangegaan met X BV. In de overeenkomst staat dat deze is aangegaan voor de periode 1 februari 2014 tot en met 31 januari 2015. Volgens het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat X BV vanaf 29 december 2014 ingeschreven op een ander adres. In geschil is of belanghebbende op 1 januari 2015 gebruiker was van het pand.
Op grond van art. 1 lid 3 Experimentenwet BI zones wordt de BIZ-bijdrage geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken. De heffingsambtenaar van BWB stelt dat de inschrijving in de Basisregistratie kadaster bepalend is voor wie als gebruiker van een pand moet worden aangemerkt. Aangezien X BV volgens het handelsregister op 1 januari 2015 niet (meer) op het adres van het pand stond ingeschreven, kan deze B.V. op die datum niet als gebruiker van het pand worden aangemerkt. Belanghebbende voert aan dat niet hij, maar X BV op 1 januari 2015 gebruiker was van het pand en wijst op de huurovereenkomst en diverse brieven die bevestigen dat de opzegging van de huurovereenkomst per 1 februari 2015 heeft plaatsgevonden.
De rechtbank is van oordeel dat de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel wel een aanwijzing is voor wie als gebruiker moet worden aangemerkt, maar dat uiteindelijk leidend is wie feitelijk gebruik maakt van het pand. Op grond van al hetgeen belanghebbende heeft aangedragen is de rechtbank van oordeel dat X BV op 1 januari 2015 gebruiker was van het pand. De aanslag is dan onterecht aan belanghebbende opgelegd.
DATUM:
14 februari 2017
ECLI:
ECLI:NL:RBZWB:2017:901
ZAAKNUMMER:
16/129
INSTANTIE:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
