Draagvlakmeting voldoet aan vereisten, belanghebbende kan zich niet beroepen op uitvoeringsovereenkomst
Belanghebbende is van mening dat de draagvlakmeting voor oprichting van de BIZ niet voldeed aan de wettelijke vereisten en dat de BIZ-subsidie niet wordt besteed aan de wettelijk voorgeschreven doelen.
De rechtbank overweegt dat bij de draagvlakmeting 64 van de 106 stemgerechtigden hun stem hebben uitgebracht. Hiervan hebben 48 stemmers zich voor inwerkingtreding van de Verordening uitgesproken, de WOZ-waarde van de tegenstemmers bedroeg 20%. Hieruit volgt dat de Verordening rechtsgeldig tot stand is gekomen. De omstandigheid dat de heffingsambtenaar van de gemeente Westland voor de draagvlakmeting op informele wijze een inschatting heeft geprobeerd te maken van de bereidheid om aan een BIZ-heffing mee te werken, maakt niet dat de Verordening niet op de juiste wijze tot stand is gekomen. Verder overweegt de rechtbank dat gezien de omschrijving en de omvang van de posten in de begroting met de activiteiten het publieke belang in voldoende mate wordt gediend. De uitgaven aan activiteiten gericht op het publieke belang bedragen meer dan de helft van de totale begroting.
Belanghebbende stelt nog dat artikelen 7 en 8 van de Wet BIZ, uitgewerkt in de uitvoeringsovereenkomst, zijn geschonden nu de begroting en jaarverslagen niet zijn vastgesteld door de algemene ledenvergadering, de heffingsambtenaar nalatig is geweest bij de controle op de financiën en bijdrageplichtigen niet kosteloos kennis konden nemen van de begroting en jaarverslagen.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende geen partij is bij de uitvoeringsovereenkomst en zich hier dus niet op kan beroepen. Belanghebbende kan, zo er niet aan deze verplichtingen zou zijn voldaan, in haar hoedanigheid als lid van de vereniging het bestuur van de vereniging hierop tijdens de algemene ledenvergadering aanspreken.
DATUM:
13 augustus 2015
ECLI:
niet gepubliceerd
ZAAKNUMMER:
14/11544
INSTANTIE:
Rechtbank Den Haag
