Verordening gemeente Vlissingen is verbindend
De heffingsambtenaar van de gemeente Vlissingen heeft aan belanghebbende 2 aanslagen BIZ-bijdrage 2012 opgelegd. Na bezwaar is de aanslag gehandhaafd.
In beroep voert belanghebbende aan dat de draagvlakmeting bewust in een beperkt gebied gehouden is, omdat bij een eerdere peiling over een groter gebied gebleken is dat geen meerderheid voor invoering van de BIZ te vinden was. De rechtbank is van oordeel dat de draagvlakmeting juist en correct is uitgevoerd en voegt daaraan toe dat de draagvlakmeting iets anders is dan de (voorafgaande) peiling. Bovendien ziet de rechtbank geen reden te twijfelen aan de notariële akte. Tevens is belanghebbende van mening dat in de verordening niet omschreven is waaruit de te financieren activiteiten bestaan en welke kosten daaraan verbonden zijn. Omdat de tekst van de verordening overeenkomt met de wettekst en het feit dat dit in samenhang met de uitvoeringsovereenkomst en de verplichting op jaarlijks verantwoording dient te worden afgelegd, is de rechtbank van mening dat de verordening op dit punt voldoende concreet is. Ten aanzien van de grief dat de verordening niet de subsidievoorwaarden vermeld, oordeelt de rechtbank dat uit artikel 7 van de Wet BIZ niet blijkt dat aan de belastingverordening zelf die eisen worden gesteld en dat daarvoor kan worden verwezen naar de geldende algemene subsidieverordeningen. Volgens de rechtbank is in de uitvoeringsovereenkomst een afdwingbepaling opgenomen, waardoor de Stichting verplicht is om de activiteiten ook daadwerkelijk te verrichten. Tenslotte oordeelt de rechtbank dat de stelling van belanghebbende dat het gebied dermate ruim gekozen is dat belanghebbende en andere ondernemers niet gebaat zijn bij de BIZ-bijdrage, faalt. De rechtbank overweegt hierbij dat de gemeenten de vrijheid hebben binnen een aangewezen gebied het belastingtarief te differentiëren. Dat daar hier blijkbaar niet voor is gekozen, is niet ter beoordeling aan de belastingrechter. De rechtbank overweegt verder nog dat het karakter van de belastingheffing niet met zich meebrengt dat elke bijdrageplichtige precies datgene terugkrijgt wat hij heeft afgedragen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
DATUM:
09 augustus 2013
ECLI:
ECLI:NL:RBZWB:2013:6595
ZAAKNUMMER:
12/7595
INSTANTIE:
Rechtbank Middelburg
