Geen tweede primitieve aanslag bij leges voor wijziging aanvraag
De heffingsambtenaar van de gemeente Zaanstad heeft een aanslag bouwleges opgelegd en het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard. De Rechtbank Haarlem heeft het beroep gegrond verklaard en de aanslag verminderd. Belanghebbende heeft hoger beroep ingesteld. Belanghebbende is onder andere van mening dat de aanslag moet worden verminderd, omdat is uitgegaan van een onjuist belastingjaar dan wel dat sprake is van een tweede primitieve aanslag.
Het hof overweegt dat belanghebbende in eerste instantie een aanvraag voor een bouwvergunning eerste fase heeft gedaan. Het jaar hierop is de aanvraag op verzoek van belanghebbende gewijzigd in een aanvraag voor een reguliere vergunning. De heffingsambtenaar is terecht uitgegaan van het belastingjaar waarin de oorspronkelijke aanvraag in behandeling is genomen.
De stelling van belanghebbende dat sprake is van een tweede primitieve aanslag verwerpt het hof.
De door belanghebbende aangevraagde wijziging is toegestaan om te voorkomen dat belanghebbende, door de lange duur van de behandeling van de aanvraag, aan andere voorwaarden zou moeten voldoen dan ten tijde van het indienen van de aanvraag golden. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat de gemeente niet (meer) bevoegd zou zijn om de aanslag eerste fase op te leggen. Dit door belanghebbende beoogde gevolg druist zo zeer in tegen hetgeen partijen voor ogen stond bij de wijziging dat reeds daarom geen grond bestaat om belanghebbende hierin te volgen.
Het hof verklaart het beroep ongegrond.
DATUM:
28 juli 2011
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2011:BR4745
ZAAKNUMMER:
08/00359
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
