Geen kennelijke misslag in het bestemmingsplan
De heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem heeft leges in rekening gebracht voor de aanvraag van een vrijstelling op grond van artikel 17 van de WRO. De Rechtbank Haarlem heeft het beroep ongegrond verklaard. In geschil is of de heffingsambtenaar leges mocht heffen voor de vrijstelling, de hoogte van het bedrag is niet in geschil.
Het hof overweegt dat uit het arrest van de Hoge Raad van 17 april 2009 (nr. 43 351, LJN BI1253) volgt dat het verzoek van een particulier om van een bestemmingsplan af te wijken in het algemeen niet op het publiek belang zal zijn gericht. De werkzaamheden van het gemeentebestuur houden in dit geval rechtstreeks en in overwegende mate verband met het individuele belang van belanghebbende. Belanghebbende heeft naar het oordeel van het hof haar stelling dat sprake is van een kennelijke fout bij het opstellen van het bestemmingsplan niet aannemelijk gemaakt. De heffingsambtenaar heeft erkend dat de bestemming woondoeleinden destijds feitelijk, zonder verbouwing, niet te realiseren was, maar hij heeft nadrukkelijk gesteld dat de keuze voor een woonbestemming voor dit perceel een bewuste keuze is geweest. Derhalve is niet aannemelijk geworden dat sprake is van een kennelijke misslag in het bestemmingsplan.
Het hof verklaart het beroep ongegrond.
DATUM:
26 mei 2011
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ9848
ZAAKNUMMER:
08/00870
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
