Normtarieven zijn niet op inzichtelijke wijze bepaald
De heffingsambtenaar heeft een aanslag bouwleges opgelegd van € 24.595, welke na bezwaar is gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en de aanslag bouwleges vernietigd. In geschil is of de aanslag bouwleges terecht is gebaseerd is op € 1.067.055.
De heffingsambtenaar heeft verklaard dat de werkelijke kosten van de vleesvarkensstal
(€ 726.040) lager zijn dan de op basis van de normtarieven berekende bouwkosten
(€ 1.067.055). In dit geval hebben de richttarieven die door het Regionaal Overleg Eindhoven Bouwtoezicht op basis van onderzoeksgegevens zijn vastgesteld tot uitgangspunt gediend bij het bepalen van de normtarieven. De gemeente heeft die richttarieven aangepast aan de lokale situatie, die zich kenmerkt door een voornamelijk agrarisch karakter.
Weliswaar stelt de heffingsambtenaar dat is uitgegaan van realistische normtarieven, maar voor het hof is niet inzichtelijk gemaakt hoe de normtarieven zijn afgeleid van de richttarieven en in welke mate de normtarieven afwijken van de richttarieven. De gemeente heeft zelfstandig en op niet inzichtelijke wijze de normtarieven bepaald. Verder staat vast dat de volgens de normtarieven bepaalde bouwkosten ongeveer 50% hoger liggen dan de werkelijke bouwkosten. Niet gebleken is van gevallen binnen de gemeente waarin de werkelijke bouwkosten van varkensstallen uitstijgen boven de bouwkosten volgens de normtarieven. De werkelijke bouwkosten zijn slechts relevant indien deze uitstijgen boven de bouwkosten volgens de normtarieven. Dit brengt het hof tot de slotsom dat de door de gemeente gekozen heffingsmaatstaf ter zake van de bouw van varkensstallen tot een onredelijke en willekeurige belastingheffing leidt, die de wetgever bij het toekennen van de bevoegdheid tot legesheffing niet op het oog kan hebben gehad. De verordening dient in zoverre onverbindend te worden verklaard.
Het hof verklaart het hoger beroep van de heffingsambtenaar is ongegrond.
DATUM:
17 december 2010
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2010:BP8392
ZAAKNUMMER:
10/00098
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
