Geen schending Unierechtelijke beginselen
Belanghebbende woont in Italië, maar is tevens eigenaar van een recreatiewoning waarvoor een aanslag forensenbelasting is opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijkerhout. Niet in geschil is dat de recreatiewoning in 2016 voor meer dan 90 dagen aan belanghebbende of zijn gezin beschikbaar werd gehouden en hij op grond van de verordening forensenbelasting is verschuldigd. Wel stelt belanghebbende dat sprake is van een ongeoorloofd onderscheid in de fiscale behandeling van hoofdverblijfhouders en niet-hoofdverblijfhouders op basis van woonplaats. Belanghebbende stelt daartoe dat artikel 223 Gemeentewet in strijd is met de Grondwet, er sprake is van strijd met artikelen 54 en 63 VWEU, het Unierechtelijke non-discriminatiebeginsel, beginselen over verboden staatssteun, vrije verkeer van diensten, het communautaire evenredigheidsbeginsel en dat er geen rechtvaardiging is voor het onderscheid in behandeling . Tevens heeft hij verzocht om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie EU.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat al de genoemde gronden geen doel treffen en dat belanghebbende ook overigens niets heeft aangevoerd op grond waarvan de aanslag zou moeten worden vernietigd. De rechtbank zag bovendien geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen, omdat er naar het oordeel van de rechtbank geen onduidelijkheid bestaat omtrent de uitleg van de begrippen ‘vrijheid kapitaalverkeer’, ‘vrijheid dienstenverkeer’ en ‘staatssteun’ zoals door eiser aangehaald. Belanghebbende heeft tegen dit oordeel sprongcassatie ingesteld.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO.
DATUM:
04 mei 2018
ECLI:
ECLI:NL:HR:2018:691
ZAAKNUMMER:
17/06111
INSTANTIE:
Hoge Raad
