Geen toetsing aan wetsvoorstel
Belanghebbende heeft in 2005 een aanvraag bouwvergunning ingediend. Omdat de aanvraag in strijd was met het geldende bestemmingplan, is een vrijstelling conform artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) verleend. Voor het behandelen van die aanvraag zijn extra leges in rekening gebracht.
In eerste aanleg heeft de rechtbank geoordeeld dat sprake was een onredelijke heffing, aangezien het bestemmingsplan sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw niet meer is herzien. Daardoor worden lasten op de burger afgewenteld die het gevolg zijn van de nalatigheid van de gemeente om tijdig het bestemmingsplan te herzien.
Het hof is van mening dat de omstandigheid dat de gemeente Hof van Twente zich niet heeft gehouden aan het voorschrift van artikel 33 van de WRO, inhoudend dat een bestemmingsplan ten minste eenmaal in de tien jaren wordt herzien, niet eraan in de weg staat dat leges wordt geheven. Deze termijn vormt een termijn van orde en aan overschrijding ervan zijn in het kader van de heffing van leges volgens het hof geen gevolgen verbonden. Het door de rechtbank genoemde wetsvoorstel kan volgens het hof geen grond vormen voor een andersluidende conclusie, omdat de heffing van leges getoetst dient te worden aan de regelgeving zoals die tijdens de aanvraag gold. Het toetsen van een beschikking aan een wetsvoorstel vindt – nog daargelaten dat op het toetsingtijdstip niet vast staat dat het wetsvoorstel tot wet zal worden verheven – geen steun in het belastingrecht. Het hof verklaart het hoger beroep van de heffingsambtenaar gegrond.
DATUM:
14 januari 2009
ECLI:
ECLI:NL:GHARN:2009:BH0517
ZAAKNUMMER:
07/00487
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem
