Woning objectief gezien niet onbewoonbaar door beperkte renovatie

Belanghebbende stelt dat hij de onroerende zaak gedurende de eerste maanden van 2015 heeft verbouwd en dat het pand vervolgens met ingang van mei 2015 is verhuurd. De rechtbank overweegt dat voor de afvalstoffenheffing slechts vereist is dat geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Of er al dan niet daadwerkelijk afvalstoffen ontstaan, is niet relevant. Van belang is of de onroerende zaak objectief gezien voor bewoning geschikt is en daardoor afvalstoffen kunnen ontstaan (HR 30 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1838). Met de verbouwing van de onroerende zaak was € 17.000 gemoeid. Het ging aldus om een beperkte renovatie, zodat de woning objectief gezien niet onbewoonbaar was. Verder konden uiteraard juist als gevolg van de verbouwing afvalstoffen ontstaan. De heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag heeft een overzicht uit het BRP verstrekt waaruit blijkt dat in de betreffende jaren verschillende personen voor korte periodes op het adres stonden ingeschreven. De rechtbank is van oordeel dat hiermee is aangetoond dat sprake is van volgtijdig gebruik.

 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.