Geen strijd met EU-recht

Belanghebbende heeft gesteld dat door de heffing van forensenbelasting sprake is van staatssteun en een inbreuk op het vrije verkeer van diensten. Daarnaast stelt belanghebbende dat de heffing van forensenbelasting in strijd is met artikel 21 van het VWEU.
De rechtbank en het hof oordelen dat, nu geen sprake is van een grensoverschrijdende situatie, er geen inbreuk op het vrije verkeer van diensten kan zijn. Voorts gaat het bij staatssteun om voordelen die worden verschaft aan een onderneming en die worden bekostigd met staatsmiddelen. Daarvan is bij de heffing van forensenbelasting geen sprake. Tot de situaties die binnen de werkingssfeer van het gemeenschapsrecht vallen, behoren die welke betrekking hebben op de uitoefening van de door het VWEU gewaarborgde fundamentele vrijheden, waaronder de in artikel 21 neergelegde vrijheid om op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven. Het burgerschap van de Unie heeft echter niet tot doel de materiële werkingssfeer van het VWEU uit te breiden tot interne situaties die geen enkele aanknoping met het gemeenschapsrecht hebben (vgl. HvJ 2 oktober 2003, Carlos Garcia Avello, C-148/02, punt 26). Niet valt in te zien dat er in dit geval enige aanknoping met het gemeenschapsrecht is. De woning is gelegen in Nederland, belanghebbende heeft de Nederlandse nationaliteit en is woonachtig in Nederland. Dus is sprake van een situatie die geheel en al in de interne sfeer van een enkele lidstaat ligt.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van belanghebbende niet tot cassatie kunnen leiden en verklaart het beroep ongegrond met toepassing van art. 81 RO.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.