Ondanks afwezigheid i.v.m. vakantie wel feitelijk gebruik

Aan belanghebbende is een aanslag opgelegd voor het incidenteel aan de openbare weg afhalen van daar aangetroffen huishoudelijk afval. Belanghebbende heeft gesteld dat zij niet verantwoordelijk is voor het aangetroffen afval, omdat ze ten tijde van aanslagoplegging in het buitenland was en er niemand in haar woning aanwezig was. Degene die over haar post ging, heeft alle post naar haar huis gebracht en weet niets af van een huisvuilzak met afval. De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam heeft aangevoerd dat de betrokken vuilniszak is aangetroffen naast de afvalcontainer in de buurt van de woning van belanghebbende. Daarin is een stuk brief of kaart gevonden, gericht aan belanghebbende op haar adres.
De rechtbank oordeelt dat nu belanghebbende tijdens haar afwezigheid haar woning ter beschikking heeft gehouden en haar nicht heeft gevraagd haar post te verzorgen, zij ook tijdens haar afwezigheid, naar de omstandigheden beoordeeld, feitelijk gebruik is blijven maken van haar perceel. Het “postbeheer” van haar nicht moet ook worden gerekend tot het feitelijk gebruik door belanghebbende van haar perceel. De rechtbank voegt daaraan toe dat in de regel mag worden aangenomen dat geadresseerde post aankomt bij de geadresseerde. Nu belanghebbende een regeling had getroffen voor postontvangst tijdens haar afwezigheid, mag daarom op gelijke wijze worden aangenomen dat de aan haar geadresseerde post ook toen is aangekomen op haar adres. Hiervan uitgaande mocht de heffingsambtenaar aannemen dat het aangetroffen huisvuil afkomstig is van het perceel van belanghebbende toen zij daar feitelijk gebruik van maakte. Volgens de rechtbank is de bestreden aanslag bevoegd opgelegd, tenzij belanghebbende alsnog voldoende aannemelijk maakt dat toch geen sprake is geweest van huisvuil afkomstig van haar perceel of aan haar toe te rekenen feitelijk gebruik. Volgens de rechtbank heeft belanghebbende niet voldoende aannemelijk gemaakt dat derden aan haar gerichte post als huisvuil hebben weggegooid, aangezien zij daarvoor geen concrete, controleerbare onderbouwing heeft gegeven.Omdat de gemeente ten onrechte het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard, verklaart de rechtbank het beroep gegrond en het bezwaar alsnog ongegrond.

 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.