Verhuizing binnen dezelfde gemeente
Op 1 januari 2007 stond belanghebbende samen met zijn partner en zijn vader ingeschreven op adres 1. Aan zijn vader is een aanslag afvalstoffenheffing 2007 opgelegd voor dit adres. Belanghebbende en zijn partner verhuizen in februari 2007 naar adres 2 in dezelfde gemeente. Aan belanghebbende is vervolgens voor de maanden maart tot en met december 2007 een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd naar een meerpersoonshuishouden voor adres 2.
De rechtbank is van mening dat de aanslag afvalstoffenheffing voor de maanden maart tot en met december 2007 ten onrechte aan belanghebbende is opgelegd. Uit de strekking van de Verordening kan naar het oordeel van de rechtbank niets anders worden afgeleid dan dat voor degene, die reeds op 1 januari van een jaar belastingplichtig is voor de afvalstoffenheffing, geen nieuwe belastingplicht in de loop van dat jaar kan ontstaan. De omstandigheid dat in het onderhavige geval op het perceel van adres 2 door de feitelijke ingebruikname daarvan door belanghebbende huishoudelijke afvalstoffen zijn ontstaan, doet aan dit oordeel niets af. Uit de tekst van de verordening valt volgens de rechtbank evenmin af te leiden dat dit artikel uitsluitend op situaties ziet waarin de hoofdbewoner van een perceel, zijnde degene aan wie (zoals de heffingsambtenaar ter zitting heeft verklaard) in geval van meerdere bewoners een aanslag afvalstoffenheffing wordt opgelegd, binnen de gemeente verhuist. De door heffingsambtenaar ter zitting verdedigde stelling dat een onderscheid tussen hoofd- en andere (mede-) bewoners dient te worden gemaakt, kan volgens de rechtbank ook anderszins niet uit de Verordening worden afgeleid. De rechtbank verklaart het beroep gegrond.
DATUM:
11 december 2008
ECLI:
ECLI:NL:RBSGR:2008:BH1415
ZAAKNUMMER:
AWB 07/8740 AFSTHF
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
