Woning was objectief bezien voor bewoning geschikt

Belanghebbende heeft in de jaren ’80 een woning gekocht en die tot 1996 verhuurd. In 1996 is de woning ingericht voor bewoning door de vader van belanghebbende, met diens meubels. De vader van belanghebbende is overleden voordat hij de woning kon betrekken. Vanaf 1996 is de aldus gemeubileerde woning slechts één keer betreden, omdat er een kast in de woning is geplaatst. Vanaf 1996 zijn de nutsvoorzieningen (gas, elektriciteit, water) afgesloten. In geschil is of sprake is van een perceel ten aanzien waarvan een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt, althans op de vraag of ter zake van de woning huishoudelijke afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan (vgl. artikel 10.21, lid 1, Wet milieubeheer).
Het hof overweegt dat voorop staat dat niet van belang is of ter zake van de woning daadwerkelijk (geregeld) huishoudelijke afvalstoffen ontstaan (vgl. HR 30 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1838). Vast staat dat de woning was ingericht met de meubels van (oorspronkelijk) de vader van belanghebbende en dat daar een kast is bijgeplaatst. Mitsdien moet naar het oordeel van het hof worden aangenomen dat de woning objectief bezien voor bewoning geschikt was. Dat deze feitelijk niet voor woondoeleinden in gebruik was en dat de nutsvoorzieningen waren afgesloten, staat aan de objectieve geschiktheid voor bewoning en de daaraan verbonden mogelijkheid dat (geregeld) huishoudelijke afvalstoffen konden ontstaan, niet in de weg.
Ter beantwoording van de vraag of belanghebbende als belastingplichtige in de heffing kan worden betrokken, dient beoordeeld te worden of zij als gebruiker van de woning kan worden aangemerkt. ‘Gebruik’ is in dit verband niet beperkt tot gebruik als woonruimte (vgl. HR 25 januari 1984, ECLI:NL:HR:1984:AW8678). Ook andere vormen van gebruik kunnen leiden tot belastingplicht. Nu vaststaat dat de meubels die zich in de woning bevinden eigendom van belanghebbende zijn, moet geoordeeld worden dat belanghebbende het perceel in elk geval gebruikt voor de opslag van meubels. De heffingsambtenaar heeft haar aldus terecht als gebruiker van het perceel aangemerkt.

 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.