Terecht 2 percelen aangeslagen, maar aanslag 2002 te laat opgelegd
Belanghebbende stelt dat er volgens de bij de aanvraag voor de bouwvergunning gevoegde bouwtekening een directe verbinding moest blijven tussen oud- en nieuwbouw. De verbinding is er nog steeds en wordt ook gebruikt. In het nieuwe gedeelte zijn alle voor de woonfunctie wezenlijke voorzieningen aanwezig. De oudbouw wordt door zijn moeder bewoond en de nieuwbouw door belanghebbende.
Volgens het Hof vormt het door belanghebbende bewoonde gedeelte een perceel als bedoeld in de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer. Dat belanghebbende geen aparte container heeft, voor zijn woongedeelte geen apart huisnummer is toegekend en dat verhuur van het door zijn moeder bewoonde gedeelte aan derden niet, althans niet zonder nadere bouwkundige voorzieningen mogelijk zou zijn, is niet relevant.
Belanghebbende grief dat de aanslag 2002 met dagtekening 31 oktober 2005 buiten de daarvoor geldende termijn is opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Hof van Twente slaagt wel. Volgens artikel 11, derde lid, van de AWR vervalt de bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag door verloop van 3 jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Op grond van de Verordening wordt de belasting verschuldigd bij het begin van het belastingjaar (of, zo dit later is, zodra de belastingplicht aanvangt), zodat de belastingschuld terstond na aanvang van het jaar kan geformaliseerd.
Het hof verklaart het hoger beroep gegrond.
DATUM:
12 november 2008
ECLI:
ECLI:NL:GHARN:2008:BG4939
ZAAKNUMMER:
07/00058
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem
