Voldaan aan inzamelplicht ondanks niet goed functionerende container
De heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven heeft aan belanghebbende een aanslag afvalstoffenheffing opgelegd voor het belastingjaar 2016 ter hoogte van € 247,10. In geschil is of de aanslag terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd. Volgens de heffingsambtenaar is voldaan aan de inzamelplicht van artikel 10.21 van de Wet milieubeheer, omdat belanghebbende in de gelegenheid is geweest haar afval aan te bieden en dit afval ook wekelijks is opgehaald. Dat de daarvoor bestemde afvalcontainers op bepaalde momenten (te) vol zaten doet hier niets aan af. Volgens belanghebbende heeft de heffingsambtenaar van januari tot november 2016 niet voldaan aan haar inzamel- en zorgplicht, omdat de (voor haar) dichtstbijzijnde afvalcontainer niet goed werkte, hetgeen tot overlast heeft geleid zoals stankoverlast en zwerfafval.
De rechtbank neemt in aanmerking dat belanghebbende het feitelijke gebruik heeft van het appartement, dat niet in geschil is dat daar één keer per week afval wordt opgehaald en dat wel degelijk de mogelijkheid bestaat tot het aanbieden van huishoudelijk afval. Over de zorgplicht voor het beperken van stankoverlast, het zorgdragen voor hygiëne in de openbare ruimte en het handhaven van het straatbeeld stelt de rechtbank vast dat een dergelijke plicht als zodanig niet in de wet is opgenomen. Dat daarover is gesproken in het kader van mogelijk toekomstige wet- en regelgeving doet daar niet aan af. Een dergelijke plicht valt onder de afdeling Handhaving en buiten de taken en verantwoordelijkheden van de heffingsambtenaar. De rechtbank is van oordeel dat de aanslag afvalstoffenheffing over het (belasting)jaar 2016 terecht is opgelegd en dat de aanslag juist is vastgesteld.
DATUM:
14 september 2017
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2017:4860
ZAAKNUMMER:
SHE 17/519
INSTANTIE:
Rechtbank Oost-Brabant
