Gemeente voldoet met alternerend ophalen van gft- en restafval aan inzamelplicht

Belanghebbende stelt dat de gemeente Bloemendaal geen afvalstoffenheffing mag heffen, omdat zij niet wekelijks het huishoudelijk afval ophaalt.
De rechtbank overweegt dat uit de bepalingen van de artikelen 10.21 en 10.26 van de Wet milieubeheer en de bijbehorende wetsgeschiedenis kan worden afgeleid dat het alternerend ophalen van gft- en restafval juist een wijze is waarop een gemeente feitelijk kan voldoen aan haar inzamelplicht. Niet in geschil is dat de gemeente hieraan uitvoering geeft, zodat zij feitelijk aan haar inzamelplicht heeft voldaan. Hierbij is niet van belang of de inspraakprocedure bij de totstandkoming van artikel 5 van de Afvalstoffenverordening, waarin de frequentie van inzamelen is bepaald, al dan niet (juist) is gevolgd. Een dergelijke omstandigheid brengt niet mee dat de Verordening afvalstoffenheffing onverbindend is en raakt dus de verschuldigdheid van de belasting niet. Dat de inspraakprocedure niet of niet juist zou zijn gevolgd, is de rechtbank overigens ook niet gebleken, gelet op de afwijzing van 29 februari 2012 van de Staatssecretaris voor Infrastructuur en Milieu van het verzoek van belanghebbende om artikel 5 van de Afvalstoffenverordening voor vernietiging door de Kroon voor te dragen en de in dat schrijven genoemde (onbetwiste) feiten betreffende de gang van zaken bij de inspraakprocedure.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.