Nakoming inzamelverplichting

Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 een definitieve aanslag afvalstoffenheffing opgelegd voor het vaste en het variabele deel. Tevens is voor het jaar 2007 een voorlopige aanslag afvalstoffenheffing opgelegd voor het vaste en het variabele deel. De rechtbank oordeelt, onder verwijzing naar o.a. de uitspraak van de Hoge Raad van 15 februari 1984 (BNB 1984/154) en de door de heffingsambtenaar van de gemeente Apeldoorn gegeven toelichting bij de gebruikte vuilniswagen en de (veiligheids-)situatie ter plaatse, dat het enkele feit dat belanghebbende in een periode zijn huishoudelijk afval heeft moeten aanbieden op een plaats verder dan 75 meter van zijn woning, geen grond vormt voor het oordeel dat reeds daarom niet is voldaan aan de inzamelplicht. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende met ingang van 27 april 2006 zijn huishoudelijke afvalstoffen heeft moeten aanbieden op ongeveer 90 meter van zijn woning. Vanaf 7 oktober 2007 heeft belanghebbende zijn huishoudelijke afvalstoffen kunnen aanbieden op een dichterbij gelegen plaats. Hierin ziet de rechtbank aanleiding te oordelen dat de gemeente tot een dichterbij gelegen locatie had kunnen en moeten besluiten dan de voordien aangewezen aanbiedplaats. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat de uitspraken op bezwaar en de aanslagen afvalstoffenheffing, voor zover deze betrekking hebben op het variabele deel, dienen te worden vernietigd. De voorlopige aanslag 2007 blijft voor het variabele deel wel in stand voor de maanden november en december 2007.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.