Verordening onverbindend wegens ontbreken onderbouwing zonering en tariefdifferentiatie
Belanghebbende exploiteert een cadeauwinkel in het centrum van de gemeente Harlingen. Het ondernemersfonds beheert de opbrengst van de reclamebelasting in de binnenstad van de gemeente. In de verordening reclamebelasting zijn onder andere twee tariefzones opgenomen. Voor aankondigingen buiten deze zones wordt geen reclamebelasting geheven. Belanghebbende stelt onder meer dat de zonering in strijd is met de Gemeentewet, omdat de heffing is gerelateerd aan individueel profijt. Tevens stelt zij dat de tariefstelling in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur.
Volgens de rechtbank staat het karakter van een algemene belasting er niet aan in de weg de heffing te beperken tot een gedeelte van haar grond gebied, mits hiervoor objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Belanghebbende heeft gemotiveerd bestreden dat hiervan sprake is, terwijl de heffingsambtenaar zich heeft beperkt tot de algemene stellingen dat de opbrengst volledig ten goede komt aan het ondernemersfonds, dat de gelden moet besteden aan evenementen in de binnenstad van Harlingen, dat op de besteding van de gelden toezicht moet worden gehouden, en dat de gemeente daarom in redelijkheid mag uitgaan van de veronderstelling dat alle ondernemers in de binnenstad van Harlingen, met name die in het winkelkerngebied, van de opbrengst van de reclamebelasting profiteren. De heffingsambtenaar heeft geen stukken overgelegd die zijn stellingen onderbouwen en daarmee geen inzicht gegeven in de totstandkoming en overwegingen van de keuzen betreffende zonering en tarifering.
DATUM:
09 oktober 2018
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2018:8933
ZAAKNUMMER:
17/00838
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
