Begunstigend beleid voor aankondigingen van culturele activiteiten

Belanghebbende voert aan dat de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam gelijke gevallen ongelijk behandelt door culturele aankondigingen niet in de heffing te betrekken. Belanghebbende stelt dat zowel de (niet op culturele activiteiten betrekking hebbende) openbare aankondigingen van belanghebbende als openbare aankondigingen van culturele activiteiten voor de toepassing van de Verordening gelijke gevallen zijn, omdat beide gevallen ‘openbare aankondigingen’ zijn en de aankondigingen van culturele activiteiten niet onder één van de in de Verordening opgenomen vrijstellingen vallen. Het beleid dat erop ziet openbare aankondigingen ter zake van culturele activiteiten niet in de heffing van reclamebelasting te betrekken is volgens belanghebbende (uitsluitend) in de ambtelijke sfeer gevormd en ontbeert politieke legitimatie.
Het hof is het met belanghebbende eens dat de Verordening geen juridische basis biedt voor de uitzondering. Het voorwerp van heffing volgens de Verordening betreft immers ‘openbare aankondigingen’, dus ook openbare aankondigingen van culturele activiteiten, gegeven dat dergelijke aankondigingen niet in de Verordening zijn vrijgesteld. Dit betekent dat het beleid van de heffingsambtenaar geen wettelijke grondslag heeft en een onrechtmatige afwijking van de Verordening inhoudt. Tot een onverbindendverklaring van de Verordening kan dit niet leiden, nu het beleid niet op de Verordening is gebaseerd en de Verordening ook overigens geen onrechtmatige elementen bevat. Naar het oordeel van het hof berust de uitzondering op een in het verleden weloverwogen gemaakte afweging om voor een bepaalde, niet in de Verordening vermelde, categorie aankondigingen van de Verordening af te wijken. De uitzondering is niet terug te voeren op een pleitbare uitleg van de Verordening. Evenmin is de uitzondering terug te voeren op redenen van doelmatigheid of daarmee samenhangende redenen van uitvoeringstechnische aard. Nu met een oogmerk van begunstiging geen reclamebelasting werd geheven voor aankondigingen van culturele activiteiten, dient ook de heffing van reclamebelasting voor aankondigingen van niet-culturele activiteiten achterwege te blijven.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.