Schending van het gelijkheidsbeginsel en het verbod van willekeur

Belanghebbende voert aan dat de vrijstelling voor openbare aankondigingen in het inwendige gedeelte van een onroerende zaak in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
Naar het oordeel van de rechtbank is de vrijstelling onvoldoende duidelijk. Naar gewoon spraakgebruik zou aangenomen kunnen worden dat onder “in het inwendige gedeelte” ook reclame-uitingen dienen te worden begrepen die aan de binnenzijde van een ruit zijn aangebracht. De heffingsambtenaar van Meerinzicht legt “in het inwendige gedeelte” uit als “hetgeen zich bevindt achter de ruit” (en dus niet aan de ruit). Tekstueel is dat niet uitgesloten. Een toelichting op deze bepaling ontbreekt echter en het beleid van de gemeente is slechts intern bekend. De rechtbank is gelet op dit alles van oordeel dat de Verordening de uitzondering onvoldoende nauwkeurig omschrijft, wat kan leiden tot willekeurige belastingheffing.
Voor zover al aangenomen zou moeten worden dat de uitleg van de heffingsambtenaar redelijk is, vanuit het oogpunt dat ontduiking van reclamebelasting bij een andere uitleg te eenvoudig wordt (en de gebruikelijke uitleg te meer tot willekeurige heffing leidt) en ervan uitgegaan wordt dat het onderscheid voor (de meeste van) de 48 belanghebbenden die in beroep zijn gegaan geen gevolgen heeft, blijft overeind dat onderscheid wordt gemaakt tussen reclame vóór of aan de gevel (inclusief de binnenkant van ruiten) enerzijds en zichtbare reclame in het inwendige gedeelte (niet bevestigd aan de ruit) anderzijds. De vraag is of dit onderscheid gerechtvaardigd is. De heffingsambtenaar heeft gewezen op de hoogte van de extra perceptiekosten wanneer ook op inpandige reclame gecontroleerd moet worden. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met het overleggen van een offerte van een onvoldoende gespecificeerd controleonderzoek in 2016 de extra perceptiekosten onvoldoende onderbouwd heeft. Er is sprake van schending van het gelijkheidsbeginsel, waarvoor geen redelijke rechtvaardiging is, en van schending van het verbod van willekeur. De Verordening is onverbindend.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.