Het voorkomen van leegstand strookt met de doelstellingen van de reclamebelasting
Belanghebbende, exploitant van een café, heeft aan de gevel van het café een vanaf de openbare weg zichtbaar bord aangebracht met de naam van het café. Belanghebbende stelt dat de gemeentelijke wetgever met het opnemen van een vrijstelling voor tussenpersonen (makelaars) in de “onroerendgoedbranche” het gelijkheidsbeginsel heeft geschonden. De heffingsambtenaar heeft verklaard dat die vrijstelling door de raad van de gemeente Almelo is ingevoerd met het oog op het voorkomen van leegstand van bedrijfs- en woonruimten in het centrumgebied van de gemeente. Leegstand zou, aldus de heffingsambtenaar, de aantrekkelijkheid van het centrumgebied niet ten goede komen.
Het hof overweegt dat, indien (veronderstellenderwijs) ervan wordt uitgegaan dat voor de heffing van reclamebelasting de situatie van belanghebbende als exploitant van een café en die van makelaars feitelijk en rechtens gelijke gevallen vormen, de vrijstelling dan nog niet tot een rechtens verboden discriminatoire behandeling leidt. Het verlenen van deze vrijstelling met het oog op het voorkomen van leegstand in het centrumgebied vormt naar het oordeel van het hof een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor een verschillende behandeling van die gelijke gevallen. Het voorkomen van leegstand strookt immers met de doelstellingen van deze reclamebelasting om het centrumgebied aantrekkelijk te maken voor het publiek. Er is geen verboden discriminatie.
DATUM:
04 oktober 2016
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2016:8056
ZAAKNUMMER:
15/01495
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
