Verordening en tarieventabel onverbindend verklaard
De heffingsambtenaar van de gemeente Middelburg heeft aan belanghebbende een aanslag reclamebelasting opgelegd voor een gevelbord en 5 vlaggen, die aan belanghebbendes pand zijn bevestigd. Het bezwaar tegen de aanslag is ongegrond verklaard. De Rechtbank Middelburg heeft het beroep gegrond verklaard. Uit de Tarieventabel behorende bij de Verordening blijkt dat uitsluitend belasting wordt geheven ter zake van aankondigingen op de aldaar genoemde voorwerpen: gevelborden, markiezen of luifels, losse vitrines, vlaggen, reclamezuilen of uithangborden.
Het hof is van oordeel dat de beperking van de heffing leidt tot een willekeurige belastingheffing. De openbare aankondigingen genoemd in de Tarieventabel zijn rechtens en feitelijk gelijke gevallen met de uitingen op winkelruiten en in etalages. De heffingsambtenaar voert aan dat de hoogte van de perceptiekosten en het welstandsbeleid een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het onderscheid tussen de diverse vormen van openbare aankondigingen. De heffingsambtenaar heeft niet kunnen aangeven met welk bedrag de perceptiekosten zouden stijgen ingeval alle openbare aankondigingen in de heffing zouden worden betrokken. Hieruit leidt het hof af dat de hoogte van de perceptiekosten geen objectieve en redelijke rechtvaardiging vormt voor het gemaakte onderscheid. Niet in geschil is dat de gemeente niet-toegestane openbare aankondigingen toestaat. Het welstandsbeleid heeft verder geen gevolg gekregen in de vorm van een afdwingbare verbodsbepaling. Het hof is van mening dat de gemeente met de invoering van de reclamebelasting nu juist een geschikt instrument heeft om het aantal niet-gewenste openbare aankondigingen terug te dringen.
Het hof verklaart het hoger beroep van de heffingsambtenaar ongegrond.
DATUM:
04 april 2012
ECLI:
ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8486
ZAAKNUMMER:
BK-11/00142
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
