Aanslag wordt vernietigd wegens strijd met het gelijkheidsbeginsel

Belanghebbende heeft aangevoerd dat de beleidsregels discriminerend zijn, niet eenduidig geformuleerd en in strijd met de wet. In de verordening wordt een vrijstelling verleend voor openbare aankondigingen die kunnen worden aangemerkt als algemene bewegwijzering en/of andere verkeersaanwijzingen en andere verkeer- en/of openbaar vervoeraanduidingen, waarmee een algemeen belang wordt gediend. Uit de beleidsregels volgt dat deze vrijstelling ook van toepassing is op openbare aankondigingen van beoefenaren van vrije en beschermde beroepen.
Naar het oordeel van de rechtbank kan een op de gevel aangebrachte openbare aankondiging van een vrije of beschermde beroepsbeoefenaar niet worden aangemerkt als een algemene bewegwijzering en/of andere verkeersaanwijzingen en andere verkeer- en/of openbaar vervoeraanduidingen, waarmee een algemeen belang wordt gediend. De beleidsregel kan dan ook geen nadere uitwerking van de belastingverordening vormen. De vrijstelling voor vrije en beschermde beroepsbeoefenaren had door de gemeentelijke wetgever in de verordening moeten worden opgenomen. Nu de heffingsambtenaar heeft gehandeld overeenkomstig de beleidsregel heeft hij een groep belastingplichtigen gunstiger behandeld dan andere belastingplichtigen. Uit de tekst en toelichting van de beleidsregel blijkt dat volgens het gemeentebestuur in de gevallen van de vrije en beschermde beroepsbeoefenaren geen sprake is van "commerciële uiting" of "reclame" en dat daarom de reclamebelasting niet van toepassing zou moeten zijn. In de verordening wordt een dergelijk onderscheid niet gemaakt en is uitsluitend sprake van "openbare aankondigingen". Het in de beleidsregels gemaakte onderscheid vindt derhalve geen steun in de verordening en ook overigens ziet de rechtbank geen objectieve rechtvaardigingsgrond voor het gemaakte onderscheid. Gelet hierop is er een ongelijke behandeling van gelijke gevallen die veroorzaakt wordt door begunstigend beleid zonder dat daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging is.
De rechtbank verklaart het beroep tegen de tweede aanslag gegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.