Bijdrage via privaatrechtelijke weg is ontoelaatbaar privilege
De heffingsambtenaar van de gemeente Ede heeft het bezwaar tegen de aanslag reclamebelasting ongegrond verklaard.
De rechtbank overweegt dat een belasting mag worden beperkt tot een bepaald gebied van de gemeente mits daarvoor een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Volgens de rechtbank kan die rechtvaardiging gevonden worden omdat de belastingplichtigen in het gebied degenen zijn die door de met de opbrengst van de reclamebelasting gesubsidieerde activiteiten profiteren. Het profijt behoeft geen individueel profijt van iedere belastingplichtige te zijn.
Naar het oordeel van de rechtbank kan evenwel de uitzondering van de belastingplicht voor een groep ondernemers niet worden gerechtvaardigd door de omstandigheid dat die groep, die in beginsel belastingplichtig is, via privaatrechtelijke weg een bijdrage betaalt aan het fonds dat is bedoeld voor versterking van de binnenstad en welk fonds ook wordt gevoed door de opbrengst van de reclamebelasting. Een dergelijke bijdrage aan een fonds kan niet worden gelijkgesteld met een publiekrechtelijke plicht om belasting te betalen. Een dergelijke uitzondering is ook in strijd met de rechtszekerheid en –gelijkheid. De gemeentelijke belastingheffer heeft hier immers geen zicht op en kan hierop geen invloed uitoefen. De genoemde uitzondering druist zozeer in tegen het systeem van het in de Gemeentewet en de AWR neergelegde systeem van belastingheffing dat deze daarmee in strijd moet worden verklaard. Dit kan echter niet leiden tot het oordeel dat de gehele verordening onverbindend moet worden verklaard. Hoewel de verordening een ontoelaatbaar privilege bevat is de redactie daarvan zodanig dat daardoor niemand daadwerkelijk is geprivilegieerd, ondanks de daartoe strekkende bedoeling van de gemeentelijke wetgever. Als dit artikellid buiten toepassing wordt gelaten verandert niets aan de door de verordening in het leven geroepen belastingplicht.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de aanslag.
DATUM:
01 september 2011
ECLI:
ECLI:NL:RBARN:2011:BR6733
ZAAKNUMMER:
AWB 10/756
INSTANTIE:
Rechtbank Arnhem
