Aankondigingen wel of niet zichtbaar vanaf openbare weg

Aan eiseres is door de gemeente Delft een aanslag reclamebelasting terzake van reclame op of aan een bouwwerk (reclame gebied niet-binnenstad). Na bezwaar heeft verweerder de aanslag gehandhaafd. In geding is slechts of de openbare aankondigingen zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Voor het begrip openbare weg knoopt de rechtbank, zoals is beslist in HR 21 september 2001 nr. 35 502 (BNB 2001/378), aan bij de definitie die daarvan wordt gegeven in de Wegenwet. Volgens die wet wordt onder openbare wegen mede verstaan: voetpaden, rijwielpaden, jaagpaden, dreven, molenwegen, kerkwegen en andere verkeersbanen voor beperkt gebruik en bruggen. Ter zitting is door verweerder gesteld en door eiseres onvoldoen-de weersproken, dat elk deel van de reclame-uitingen voldoende zichtbaar was, zeker indien men zich op het voetpad/trottoir gelegen voor het winkelcentrum bevond. Aldus is, naar het oordeel van de rechtbank, voldaan aan de omschrijving van het belastbare feit als omschreven in de Gemeentewet en de hierop gebaseerde Verordening; bedoeld voetpad/trottoir maakt immers deel uit van de openbare weg. Dat in de zomer vanwege de voor de reclame-uitingen staande bebladerde bomen, vanaf de voorkant van het winkelcentrum een deel van de reclame-uitingen slecht zichtbaar is, maakt dit niet anders.
Gelet op het vorenoverwogene is het beroep ongegrond verklaard.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.