Heffing onredelijk nu niet de vrijheid bestaat het opschrift te verwijderen
De heffingsambtenaar van de gemeente Winterswijk heeft een aanslag reclamebelasting opgelegd die na bezwaar gedeeltelijk is verminderd. Belanghebbende stelt dat de aanslag onrechtmatig is opgelegd, omdat het pand een rijksmonument is, de uiting past bij de uitstraling van het pand en er geen link is tussen de uiting en de goederen die zij in de winkel te koop aanbiedt.
De rechtbank stelt vast dat onder de term ‘openbare aankondigingen’ moet worden verstaan alle tot het publiek gerichte mededelingen die erop zijn gericht de belangstelling van het publiek te trekken voor hetgeen wordt aangekondigd. De term omvat niet slechts reclame in engere zin, maar ziet meer in het algemeen op elke tot het publiek gerichte mededeling van commerciële dan wel ideële aard waarmee de aandacht wordt getrokken voor een dienst, een product of een boodschap. Gelet hierop is met het opschrift naar het oordeel van de rechtbank sprake van een openbare aankondiging. Niettemin is de rechtbank van oordeel dat de heffingsambtenaar belanghebbende ten onrechte in de reclameheffing heeft betrokken, omdat in dit geval sprake is van een onredelijke belastingheffing. De rechtbank acht daartoe bepalend dat het opschrift deel is geworden van een rijksmonument, zodat belanghebbende niet de vrijheid heeft het opschrift te verwijderen. Dit klemt te meer nu het opschrift geen betrekking heeft op de onderneming, in die zin dat zij geen manufacturen verkoopt en de onderneming ook niet drijft onder de naam op het opschrift.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond.
DATUM:
28 december 2011
ECLI:
ECLI:NL:RBZUT:2011:BV0502
ZAAKNUMMER:
11/585
INSTANTIE:
Rechtbank Zutphen
