Notariskantoor valt niet onder vrijstelling
De heffingsambtenaar van de gemeente Barneveld heeft een aanslag reclamebelasting opgelegd. Belanghebbende, een notariskantoor, heeft aangevoerd dat de aanslag is opgelegd in strijd met het doel en de strekking van de reclamebelasting. Belanghebbende stelt dat hij in het verleden nimmer lid heeft kunnen worden van de winkeliersvereniging. Uit de toelichting op de verordening volgt dat het doel van de gemeente met de invoering van de reclamebelasting is een fonds in het leven te roepen van waaruit kosten worden bestreden inzake onder andere promotieactiviteiten, beveiliging en schoonmaak ten behoeve van het centrum. Deze activiteiten zijn (mede) in het belang van de gemeente.
De rechtbank overweegt dat het voor het heffen van reclamebelasting niet noodzakelijk is dat hij hier (direct) profijt van heeft. De reclamebelasting is een algemene belasting waarvan de opbrengsten in beginsel ten goede komen aan de algemene middelen. Een gemeente mag de reclamebelasting echter ook gebruiken voor andere doeleinden. Van een onredelijke en willekeurige belastingheffing is dan ook geen sprake. De omstandigheid dat belanghebbende geen lid kon worden van de plaatselijke winkeliersvereniging doet hieraan niet af. Verder worden in de verordening openbare aankondigingen voor onder meer scholen, zorginstellingen, ziekenhuizen, kerken en moskeeën die betrekking hebben op de functie van het gebouw en die op of in verband met pin- en betaalautomaten worden gebruikt vrijgesteld van reclamebelasting. Belanghebbende stelt dat hij als notaris een publieke taak heeft en daarom – naar analogie – eveneens dient te worden vrijgesteld van reclamebelasting. Los van de vraag of een notaris uitsluitend een publieke taak heeft, overweegt de rechtbank als volgt. Of een opschrift al dan niet als een openbare aankondiging dient te worden aangemerkt, is niet van belang wat de achterliggende gedachte bij het gebruik van een opschrift is. Of met het opschrift al dan niet wordt beoogd reclame te maken is niet relevant. Vaststaat dat het opschrift duidelijk maakt aan personen die een notaris zoeken, dat in het pand een notarispraktijk is gevestigd. Uit de toelichting op de verordening blijkt dat de vrijstelling met name ziet op culturele, maatschappelijke, charitatieve of ideële doelen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiermee een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de vrijstelling heeft gegeven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
DATUM:
14 april 2011
ECLI:
ECLI:NL:RBARN:2011:BQ2182
ZAAKNUMMER:
AWB 10/3509
INSTANTIE:
Rechtbank Arnhem
