Totstandkoming ondernemersfonds niet in strijd met algemene beginselen
De gemeente Teylingen heeft bij de vaststelling van de hoogte van het ozb-tarief voor niet-woningen rekening gehouden met het verlenen van een financiële bijdrage in de vorm van een subsidie aan het ondernemersfonds. Belanghebbende stelt dat dat de wijze van totstandkoming van het ondernemersfonds in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dat sprake is van omzeiling van de rechterlijke controle.
De rechtbank overweegt dat de vaststelling van het ozb-tarief een zelfstandige bevoegdheid is van de gemeenteraad. De belastingrechter is in beginsel niet bevoegd om over de tarieven te oordelen. Niet gebleken is dat de ozb-tarieven voor niet-woningen in strijd met de relevante wettelijke bepalingen zijn vastgesteld. Het staat de gemeente vrij om de opbrengsten van een algemene belasting ter verwerving van inkomsten door de gemeente, zoals de ozb, te besteden aan het ondernemersfonds. In de omstandigheid dat de tariefsverhoging van de ozb mede ziet op een financiële bijdrage aan het ondernemersfonds, ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat de ozb wordt geheven voor een ander doel dan inkomstenverwerving door de gemeente. De opbrengsten van de ozb gaan niet direct naar het ondernemersfonds, maar worden als subsidie uit de algemene middelen aan het ondernemersfonds verstrekt. De omstandigheid dat eigenaren van een bepaalde categorie niet-woningen het ondernemersfonds kunnen verzoeken om restitutie van een gedeelte van de (verhoogde) ozb, raakt de ozb-heffing niet. Dat het ondernemersfonds belast is met de uitvoering van deze retributieregeling en niet de gemeente, doet (juist) geen afbreuk aan de afzonderlijke bevoegdheid van de gemeente om een ozb te heffen ten behoeve van de algemene middelen. Zelfs niet als daarbij vaststaat dat die algemene middelen mede aangewend zullen worden voor een financiële bijdrage aan dat ondernemersfonds. Volgens de rechtbank is met betrekking tot de onder de retributieregeling vallende categorie niet-woningen evenmin sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel, omdat ook voor deze categorie niet-woningen hetzelfde (verhoogde) ozb-tarief is toegepast. In het kader van de uitvoering van de retributieregeling is geen sprake van omzeiling van de rechterlijke controle door de belastingrechter. De restitutieregeling betreft immers geen belastingheffing. Dat evenmin sprake is van voor beroep vatbare besluiten in de zin van de Awb maakt dat niet anders. Belanghebbendes beroep op art. 6 van het EVRM treft dan ook geen doel. Belanghebbende gaat er aan voorbij dat altijd een beroep kan worden gedaan op de civiele rechter als zogeheten rest-rechter op grond van gesteld onrechtmatig handelen.
DATUM:
19 maart 2019
ECLI:
ECLI:NL:RBDHA:2019:2388
ZAAKNUMMER:
nr. 17/6960 e.a.
INSTANTIE:
Rechtbank Den Haag
